Plien’s Weblog

Just another WordPress.com weblog

Archive for juli 2008

Russisch roulette?

without comments

Over tien jaar zitten er op onze mobieltjes waarschuwingsstickers vergelijkbaar met die op pakjes sigaretten: ‘Bescherm kinderen, laat hen niet mobiel bellen’, ‘Mobiele bellers sterven jonger’ of ‘Mobiel bellen brengt u en anderen rondom u ernstige schade toe’.

Jonge kinderen, onder de acht jaar, mogen geen mobieltjes meer gebruiken. De GSM- en UMTS-masten op bejaardenhuizen en scholen zijn na aanhoudende protesten, rechtszaken en aangescherpte wetgeving weggehaald. Plaatsing van nieuwe masten op plaatsen waar veel jonge kinderen of oudere mensen aanwezig zijn is verboden.

Dit toekomstscenario schetste ik een paar maanden geleden toen ik het met vrienden over het onderwerp ‘straling van mobieltjes’ had. Om mijn punt te maken overdreef ik enigszins, maar ondertussen begint de realiteit me aardig in te halen.

Zo is de Belgische provider Proximus kort geleden begonnen met het vermelden van het stralingsniveau van toestellen. Dichter bij huis wil onze eigen vakbond FNV ook een sticker met een waarschuwing op telefoonverpakkingen. Vlaamse kinderartsen roepen op om kinderen en jongeren onder de zestien jaar geen gsm te laten gebruiken. Euro-parlementariër Jules Maaten pleit al jarenlang voor Europees onderzoek naar de risico’s van GSM-gebruik bij kinderen.

Ook de wetenschappelijke wereld staat niet stil. Al jaren komt het ene onderzoek over straling van zendmasten en mobieltjes na het andere naar buiten, vaak met wisselende uitkomsten. Opvallend is dat de laatste jaren de waarschuwende signalen steeds luider worden. In ons eigen land begon dat al met een TNO-onderzoek uit 2003, waarin onderzoekers verbaasd concludeerden dat UMTS-straling tot klachten leidt als hoofdpijn en duizeligheid. Daarna volgen onder meer Engels, Zweeds (zie de opsomming onderaan dit weblog), Israëlisch en Belgisch onderzoek (vorige maand), dat wees op schadelijke gevolgen van mobiel bellen.

Eind vorige week voegde Amerikaanse wetenschappers zich in het rijtje van waarschuwende wetenschappers. ‘Ik weet niet of mobiele telefoons schadelijk zijn. Maar ik weet ook niet of ze veilig zijn. De vraag is of je Russisch roulette wilt spelen met je hersenen’, aldus wetenschapster en voormalig adviseur van Bill Clinton, Devra Lee Davis.

Haar waarschuwing volgt naar aanleiding van een nog niet gepubliceerd onderzoek van de universiteit waar zij werkt, de University of Pittsburgh Cancer Institute. Ronald B. Herberman, directeur van dit instituut, vindt dat minderjarigen alleen in noodgevallen gebruik zouden moeten maken van een mobiele telefoon, omdat hun hersenen nog in ontwikkeling zijn. ‘Hoewel er nog geen duidelijk bewijs is, ben ik ervan overtuigd dat er genoeg gegevens beschikbaar zijn om nu al voorzorgsmaatregelen te nemen’.

Volgens Herberman duurt het te lang voor de wetenschap met concrete antwoorden komt, en is het daarom noodzakelijk om zo snel mogelijk maatregelen te nemen. Niet alleen zouden volwassenen altijd gebruik moeten maken van een headset, ook het gebruik van mobiele telefoons in openbare ruimtes zou beperkt moeten worden.

Bij de aanhoudende ophef over de mobieltjes bekruipt me regelmatig het gevoel in een soort loop te zitten, een eeuwige herhaling. Toen ik bijna zeven jaar geleden bij Radio 1 ging werken, maakte ik al mijn eerste onderwerp over de (mogelijke) risico’s van elektromagnetische straling. Ik heb het even nagezocht: op 28 mei 2001 interviewde ik Gerrit Teule, een oud-IBM medewerker die gespecialiseerd was in elektronica en computers op de werkvloer. Hij verdiepte zich in de werking van elektronen, elektromagnetisme enzovoorts. De invoering van de draadloze communicatie zorgt er volgens hem voor dat het immuunsysteem van veel mensen verslechtert. Straling zou moleculen en atomen in ons lijf laten meetrillen, wat leidt tot verstoringen. De een vangt dit beter op dan de ander, maar veel mensen krijgen er uiteindelijk hoofdpijn, slaapstoornissen of concentratiestoornissen door, aldus Teule.

Meestal worden dit soort verhaaltjes direct in de alternatieve hoek van wichelroedes en aardstralen neergezet. Zeven jaar geleden in elk geval. Allemaal onzin, ‘dat zeiden mensen ook toen de televisie zijn intrede deed’.

Maar het onderwerp had mijn interesse getrokken. Ook bij EénVandaag zouden er nog meer items over het hete hangijzer ‘straling’ volgen. In de loop van de jaren verbaasde ik mij erover dat een techniek als mobiele telefonie op grote schaal zijn intrede kon doen (in Nederland alleen al zijn er 13,2 miljoen mobieltjes) zonder dat iemand van de overheid, wetenschappers of beleidsmakers eensluidend bewijs heeft dat dit NIET schadelijk is. Sterker nog: ondanks aanwijzingen dat met name jonge kinderen negatieve effecten kunnen ondervinden van elektromagnetische straling. Voorzorgprincipes werden overboord gegooid, de sfeer was: het is fantastisch, het is mooi, iedereen aan de mobiel.

Zeven jaar later wordt er nog steeds gewaarschuwd voor mogelijk schadelijke gevolgen van zendmasten en mobiele telefonie. Er is nog steeds geen onderzoek dat ondubbelzinnig aantoont dat mobiel bellen geen kwaad kan. Dat kan ook bijna niet, want mobiele telefonie bestaat pas een lang decennium. Zo rond 2010-2015 worden de lange termijn effecten duidelijk. Korte termijn effecten wijzen al in de richting van klachten als concentratiestoornissen, slapeloosheid, hoofdpijn en duizeligheid. Wat zullen de mogelijke gevolgen op lange termijn zijn? We moeten het maar afwachten. Het lijkt me een beetje het paard achter de wagen spannen.

En de Gezondheidsraad?

Al jaren zegt dit vooraanstaand wetenschappelijk instituut dat de regering van advies voorziet op gezondheidsgebied dat er weinig aan de hand is met de straling. Want er zijn ook nog altijd genoeg wetenschappelijk onderzoeken die geen verband zien tussen straling en bijvoorbeeld de toename van kankergevallen.

Of misschien komt het de raad uit economische of politieke motieven wel goed uit om zich voorlopig maar op de vlakte te houden, zoals Gerrit Teule meent. Hij verbaast zich erover dat de raad klachten als slaapstoornissen en hoofdpijn terzijde schuift als ‘Wij begrijpen het niet. We kennen het werkingsmechanisme niet. Het kan dus geen kwaad’.

Of dit een cruciale denkfout is, zal de toekomst uitwijzen.

Tot slot: ik heb de onderzoeken en nieuwsfeiten van de afgelopen jaren voor u eens op een rij gezet, in de hoop dat u –net als ik- het onderwerp met meer dan normale belangstelling gaat volgen.

2008
-Juli: Een vooraanstaand Amerikaans kankerinstituut waarschuwt voor de gevaren van overmatig gsm-gebruik, vooral onder de jeugd. De directeur noemt dat ‘roulette voor kinderhersenen’ en vindt dat de wetenschap te traag is met onderzoeken naar gsm-straling. En dat terwijl steeds meer kinderen een gsm krijgen, gemiddeld al op 8 jarige leeftijd. KPN en Scarlet verkopen zelfs speciale kindermobieltjes. Een van de onderzoekers is de vooraanstaande Nederlandse oncoloog van de Erasmus Universiteit.
Ook in juli: FNV wil een keurmerk voor straling van mobieltjes.
-Juni: Onderzoek aan de Katholieke Universiteit van Leuven wijst uit dat ratten die werden blootgesteld aan gsm–, antenne– en wifistraling een dubbel zo hoog sterftecijfer hebben dan de niet blootgestelde groep.

2007
Februari: Volgens de Gezondheidsraad zijn er geen aanwijzingen dat DECT-basisstations van draadloze huistelefoons en UMTS-zendmasten gezondheidsproblemen kunnen veroorzaken. Dat schrijft de Gezondheidsraad in haar jaarbericht. De Gezondheidsraad heeft zich bij zijn standpunt vooral gebaseerd op het enkele maanden daarvoor verschenen Zwitserse onderzoek naar de effecten van kortdurende blootstelling aan UMTS-golven. Deze studie leverde geen aanwijzingen voor schadelijke gevolgen op. De Gezondheidsraad maakt wel de kanttekening dat er nog geen onderzoek beschikbaar is over langdurige blootstelling.

2006
Januari: Uit een Brits onderzoek, gepubliceerd in New Scientist (een van de grootste onderzoeken tot dan toe), komt naar voren dat er geen verband is tussen mobiel bellen en het ontstaan van hersentumoren.
Juni: De straling van umts-zendmasten is niet gevaarlijk. Dat blijkt volgens staatssecretaris Van Geel (Milieu) uit Zwitsers onderzoek waartoe de Nederlandse regering opdracht had gegeven. TNO-onderzoeker prof. dr. ir. Peter Zwamborn uit direct kritiek op de volgens hem voorbarige uitspraken van staatssecretaris van Geel.’Het is wat kort door de bocht om te zeggen dat nu ondubbelzinnig is aangetoond dat umts-straling niet schadelijk is. Deze studie richt zich op de effecten op korte termijn, wat de eventuele effecten op de lange termijn zijn, weet nog niemand.’
April: Onderzoekers verbonden aan het Zweedse Nationale Instituut voor Arbeidsleven hebben ontdekt dat het gebruik van mobiele telefoons op de lange termijn wel degelijk de kans op het krijgen van een hersentumor vergroot. Dit staat haaks op het Britse onderzoek van een paar maanden geleden. Ook het Zweedse onderzoek is grootschalig van opzet: de Zweedse wetenschappers onderzochten 2.200 kankerpatiënten en evenveel gezonde mensen. Uit dit onderzoek bleek dat één op de tien mensen met een hersentumor zeer vaak een mobiele telefoon gebruikt. Deze mensen hadden meer dan 2000 uur gebeld, wat ongeveer gelijk staat aan tien jaar lang een mobiele telefoon gebruiken. Tips van de onderzoekers: gebruik bij mobiel bellen een headset.
Juni: Een groeiend aantal gemeentes (stand juni: 70 in totaal) weigeren bouwvergunningen te verlenen voor masten waar ook UMTS-basisstation in geplaatst kunnen worden. Uiterlijk 1 januari 2007 moesten alle commerciële partijen die UMTS-licenties gekocht hebben een dekkingsgraad van minimaal 70% bereiken. Dit wordt gefrustreerd door de betreffende gemeentes. Zij baseren zich op het voorzorgsbeginsel.

2005
Januari: Het hoofd van de Britse Nationale Radiologische Beschermingsraad, Sir William Stewart, waarschuwt voor het gebruik van mobieltjes door kinderen. Volgens deze onderzoeker hebben kinderen een veel dunnere schedel die de warmtestraling niet weert. Het gebruik van een mobiele telefoon zou daarom gevaarlijk zijn voor kinderen. De keten van elektronicazaken BCC besluit daarop de verkoop van Foony, een telefoon voor 4- tot 8-jarigen, in Nederland stop te zetten.

2004
December: Dicht bij gsm-masten komen twee tot vier keer zo veel kankergevallen voor als verder weg. Dat blijkt uit de resultaten van onderzoek in Israël en Duitsland. De onderzoekers zijn ervan overtuigd dat er een verband is tussen de elektromagnetische straling van de masten en het hogere risico op kanker.

2003
Oktober: TNO-onderzoekers zijn verrast als ze de resultaten van hun eigen onderzoek naar de effecten van gsm- en umts-straling onder ogen krijgen. UMTS-straling in dezelfde lage dosis als waaraan mensen in de nabije toekomst op straat en in huis blootstaan, kan het welbevinden beïnvloeden. De TNO’ers hebben dat als eersten aangetoond. ‘Ik was er echt van overtuigd dat we geen effect zouden vinden. Maar die hypothese is onderuitgegaan. Ook zeer zwakke elektromagnetische velden doen wat met mensen.’ Proefpersonen (waaronder pikant genoeg ook de secretaris van de commissie elektromagnetische velden van de Gezondheidsraad, Erik van Rongen) melden klachten als duizeligheid, nervositeit, rusteloosheid, pijn op de borst, zich niet kunnen concentreren, gemakkelijk verstrooid raken en weinig aandacht hebben.

2002
De Nederlandse Gezondheidsraad concludeert in dit jaar dat de straling van een gsm niet gevaarlijk is voor de gezondheid. Uit literatuuronderzoek door de Gezondheidsraad is niets gebleken van een verband tussen veelvuldig gebruik van een mobieltje en het optreden van hoofdpijn, duizeligheid of verhoging van de kans op een hersentumor.

* Het Reformatorisch dagblad geeft een aardig overzicht van nieuws over elektromagnetische straling
* Kennislink.nl geeft een goed en leesbaar overzicht en ook goede, objectieve informatie over mobieltjes en straling, zie deze link
* Ook deze site geeft goede informatie.

Nota bene: deze opsomming is niet compleet.

Written by paulineveen

juli 31, 2008 op 11:38 am

Geplaatst in Uncategorized

Getagged met , ,

Een kans van 0,000015 procent dat het schip binnen loopt

with 2 comments

Collega Johann heeft slechts één lot gekocht: een uitzondering. De meeste mensen die ik ken hebben meerdere ‘golden tickets’ ingeslagen. Meestal eenvijfde loten, want daar hebben we het hier over: het roemruchte staatslot. Slechts 2,50…en dan heb je al kans op 5 miljoen euro.

De laatste weken hoor ik opvallend vaak collega’s, kennissen en vrienden praten over de staatsloten die ze hebben gekocht. ‘Na 10 juli is alles anders’, hoor ik verzuchten, ‘dan ga ik verhuizen naar de Bahama’s.’ Want ja, hij gaat gegarandeerd vallen: de recordjackpot van 25 miljoen. En de plannen zijn nu al gemaakt.

De een gaat dus verhuizen naar de Bahama’s, de ander heeft zijn zinnen gezet op een pittoresk optrekje van 1,5 miljoen euro, de ander ‘zien ze nooit meer op kantoor’ en weer een ander (lees: ondergetekende) droomt over een wereldreis.

Een 25 met zes nullen erachter. Het is zo’n astronomisch bedrag dat ik me er niets bij kan voorstellen. Maar ik begrijp wel dat je dan nóóit meer over geld hoeft na te denken. En dat die wereldreis ineens binnen handbereik komt. Dus heb ik ze zelf ook gekocht, beter gezegd mijn echtgenote. Twee hele en vier halve. Want ook 5 miljoen sla je natuurlijk niet af. Ik moet haar ervan weerhouden om nog meer in te slaan.

Onder het mom ‘wie er oprecht in gelooft, ziet het ook uitkomen’ heeft mijn echtgenote zich volledig ingeleefd in de rol van toekomstig miljonaire.
‘Wat moeten we de buren vertellen als we straks die 25 miljoen hebben? Volgens mij is het handiger maar niets te zeggen.’
Peinzend boven een kopje thee:
‘Zullen we eerst naar Nieuw-Zeeland en dan Australië? Die fourwheeldrive aan de Westkust zal er wel niet inzitten. Dat gehobbel met een maxi-cosi aan boord….nee.’
En op een ochtend:
‘Ik ga ook een paar miljoen overmaken voor de kinderopvang hier in het dorp. We kopen extra gebouwen aan en laten die verbouwen. Dan is dat probleem in elk geval opgelost.’

Ik vraag me nu af wat ik nog meer met het geld zou doen. Natuurlijk…goede doelen (zo heb ik het plaatselijke dierenasiel al ruimhartig een deel van de koek toegekend). Maar zou ik stoppen met werken? Nee….dat denk ik toch niet. Veel te leuk en bovendien: wat doe ik met al die vrije tijd? Vrienden en familie werken bijna ook allemaal. Vooruit: misschien zou ik eindelijk HET boek gaan schrijven, zoals zoveel would-be schrijvers.

Dat ik niet de enige ben die zo denkt, blijkt uit onderzoek van Maurice de Hond in opdracht van de gratis krant DAG. Uit het onderzoek komt naar voren dat potentiële winnaars hun leven niet overhoop willen gooien. Een derde wil met het enorme bedrag op de bank precies hetzelfde werk blijven doen, slechts veertien procent stopt helemaal met werken. Ook verhuizen gebeurt vooral binnen de eigen stad, of niet.

Socioloog en geluksonderzoeker Ruut Veenhoven ziet eenzelfde trend. ‘Bij mensen die gevolgd werden na een grote erfenis is te zien dat zij maximaal een jaar lang gelukkiger zijn dan daarvoor. Daarna ebt de euforie weg. Uiteindelijk maakt geld dus niet structureel gelukkiger. Voor het echte geluksgevoel kun je maar beter zorgen dat relaties met vrienden en familie goed blijven.’

Toch is volgens statisticus Marcel Das (Universiteit Tilburg) de kans om 25 miljoen in één keer te winnen nog nooit zo groot geweest als bij de trekking aankomende donderdag. Waar de kans op de jackpot normaliter een op 22 miljoen is, 0,0000045 procent, stijgt die nu tot een op 6,5 miljoen, een winkans van 0,000015 procent. ,,De winkans is nu ruim drie keer zo groot. Een aardige toename dus, maar nog altijd onwaarschijnlijk klein”, tempert Das de verwachtingen. Meer loten kopen vergroot natuurlijk wel de winkans.

0,000015 procent kans en dan toch zoveel dromen losmaken….

Als ik die 25 miljoen NIET win, ga ik alle dromen achter de miljoenen loten verzamelen en opschrijven. Komt mijn boek er alsnog.

Written by paulineveen

juli 8, 2008 op 3:30 pm

Geplaatst in Uncategorized

Getagged met , ,

Ben niet links, niet rechts, maar recht door zee…

without comments

Als journalist word je regelmatig aangesproken op de vermeende ‘linksheid van de pers’. DE pers, DE media: allemaal linkse wereldverbeteraars die als naïeve allochtonenlovers de arm slaan om zielige asielkindertjes en een vervloeking uitspreken over Wilders, Verdonk en ander rechts uitschot. Ik word er een beetje moe van. Daarom deze column die ik schreef voor EénVandaag:

Als je me ergens mee op de kast kan krijgen, is het wel met de continue nadruk in de discussie op de vermeende ‘linksheid’ van de pers en de publieke omroep. Met drogredenen als “Iedereen weet dat…” (de pers links is…etc) wordt het publiek duidelijk gemaakt dat ze bij de neus worden genomen. De linkse kerk zorgt ervoor dat u alleen maar zielige verhaaltjes over asielkinderen te zien krijgt en Fortuyn (eerst) of Wilders (nu) ‘gedemoniseerd’ worden. En dat we wierook op het altaar van de multiculturele heilstaat branden, zoals de EénVandaag gastcolumnist Gregorius Nekschot zo mooi verwoord.

Helaas is om andere redenen objectiviteit inderdaad een illusie. Uit de enorme brei aan nieuws die elke dag over u en ons wordt uitgestort, maken wij voor een selectie. En in elke keus zit onvermijdelijk iets subjectiefs. Maar dat is iets anders dan dat wij consequent Geert Wilders als een paria of Wouter Bos als een heilige neerzetten.

Aangenaam verrast las ik dan ook gisteren dat uit onderzoek van de Vrije Universiteit, in opdracht van de gratis krant DAG, blijkt dat de pers in toon en onderwerpkeuze vooral rechts is. De onderzoekers analyseerden 2,2 miljoen woorden die de eerste vijf maanden van dit jaar op de voorpagina’s van alle landelijke kranten verschenen. Conclusie: er is geen sprake van een linkse, maar eerder van een rechtse kerk aan het Binnenhof. De kranten blijken verzot op rechtse onderwerpen. Geert Wilders en Rita Verdonk, om maar wat rechtse iconen te noemen, zijn niet van de voorpagina’s weg te slaan. Bovendien is de toon van de berichtgeving net iets vaker positief gekleurd voor rechts.

Ja….ik hoor u al tegenwerpen: de meeste verhalen over Wilders of Verdonk zijn vast negatief. Maar het feit dat deze politici het nieuws domineren betekent wel dat ze met hun thema’s (immigratie, islam, allochtonen, criminaliteit) het publieke debat domineren. Het gaat hier niet over linkse heilige huisjes. Wilders en Verdonk weten heel goed hoe ze in het nieuws moeten komen én blijven (zie mijn vorige weblogs), in tegenstelling tot linkse politici als Wouter Bos en Femke Halsema, die een haat-liefde verhouding hebben met de pers.

Hartstikke fijn, zult u zeggen als (terecht) kritische toeschouwer, maar al die journalisten ZIJN wel allemaal links. Inderdaad: veel journalisten stemmen op een linkse partij. Maar 70 procent van ons, zoals even uit de losse pols geroepen wordt door Nekschot? Een typisch staaltje van papegaaien: iets roepen dat je ergens hebt gehoord, zonder na te gaan of het wel klópt. Nee hoor: BAM, dit is de waarheid: zeventig procent van de “jongens en meisjes” van de pers stemt links. Op deze manier hou je een vooroordeel in stand waarmee je makkelijk en goedkoop scoort.

Laten we eens kijken naar de feiten.

Navraag leert dat er een aantal onderzoeken zijn gedaan naar politieke voorkeur van journalisten. De onderzoeken dateren al van 7, 8 jaar geleden; daarna zijn het meer peilingen. We pakken het meest uitgebreide en recente promotieonderzoek door communicatiewetenschapper Mark Deuze (Universiteit van Amsterdam) uit 2001 erbij. Hij heeft zeer uitgebreid gepubliceerd over dit onderwerp (interessant om te lezen, ook over relatie met het publiek, u dus, een vergelijking met andere landen etc).

Even wat leuke algehele weetjes uit zijn onderzoek (in totaal 1010 journalisten deden mee):
-Mannen ruim in meerderheid
-Gemiddelde leeftijd 42
-Hoog opleidingsniveau
-Voorkeur voor ‘links van het midden’

Als we gaan kijken naar de politieke voorkeur, beschouwen de journalisten zich bijna zonder uitzondering als links (32 procent) dan wel links van het midden (47 procent), hoewel veel journalisten opmerkten dat dergelijke classificaties toch ‘niet meer van deze tijd’ zijn. Zeg maar achterhaald inderdaad: maargoed. Slechts 20 procent situeert zichzelf in het politieke midden en maar 1 procent noemt zichzelf ‘rechts’. Bij elkaar opgeteld kom je dus op die 70, nee, zelfs 79 procent.

Maarrrr…wat is links van het midden? Daar wordt onder meer D66 bedoeld. Maar is D66 links? Nee, D66 is net als het CDA een middenpartij, noch links, noch rechts (zie Instituut voor Publiek en Politiek). Als je deze dus buiten beschouwing laat, zit je op 32 procent (echt links stemmende journalisten) of, in het uiterste geval, 47 procent (links van het midden).

We kijken verder.

In 2000 is door statistici Van Schuur en Vis (Rijks Universiteit Groningen) ook gekeken naar de politieke voorkeur van journalisten. Hier het lijstje (zie onderzoeksresultaten, pagina 120):

CDA/SCP/RPF/GVP: 8 %
VVD: 5 %
D66: 27 %
GroenLinks/SP: 15 %
PvdA: 29 %

Let wel: dit zijn toenmalige partijvoorkeuren van uitsluitend Haagse journalisten. D66 was in 2000 nog een grote partij. Veel oud-D66ers zijn inmiddels overgestapt naar de VVD (uit literatuur is dit bekend) en andere partijen. Maargoed, als je alleen naar de echt linkse partijen kijkt, dan stemt 44 procent van de journalisten links. Reken je D66 mee, dan zit je ineens op 71 procent. Een beetje geflatteerd cijfer, aangezien D66 geen linkse partij is. Ik ga dus uit van die 44 procent.

Conclusie: de helft (44 tot 47 procent) van de journalisten stemt links van het midden. Daarbij opgemerkt dat deze onderzoeken gedateerd zijn. Hoe zou de situatie nu liggen met een PvdA die op een historisch dieptepunt zit in de peilingen en een D66 dat weer aan het groeien is? Geloof het of niet: journalisten zijn net mensen. Ook veel voormalig PvdA-stemmende journalisten zullen nu waarschijnlijk een andere keus maken dan laten we zeggen acht jaar geleden.

Waar hebben we het dus over? Wat zeggen die getallen ons eigenlijk?

De laatste jaren hebben verschillende studies in onder meer Australië en de Verenigde Staten bovendien aangetoond dat journalisten als het gaat om onderwerpen als seksuele moraal, migranten, asielzoekers en uitkeringen er ondanks deze linkse politieke voorkeur nogal conservatief getinte opvattingen erop na lijken te houden.

Met andere woorden: links stemmen wil nog niet zeggen dat je als journalist vooral ‘linkse’ onderwerpen op de agenda zet. Die link -om maar even een woordspeling te gebruiken- kan je gewoon niet leggen. Links stemmen betekent nog niet links lullen.

Oja, voor uw informatie: we hebben bij de vorige verkiezingen hier op de EénVandaagredactie (TROS/AVRO) een peiling gehouden. Opvallend genoeg sprong geen enkele partij eruit. Zo’n beetje elke politieke stroming was vertegenwoordigd: VVD, CDA, D66, PvdA, SP, GroenLinks en PvdD, waarbij VVD, CDA, PvdA en SP de grotere partijen waren.

Tot zover een inkijkje in het stemgedrag van journalisten.

Wat betreft het rücksichtloos oppakken van cartoonist Nekschot door het Openbaar Ministerie deel ik overigens de mening van onze gastcolumnist: een onheilspellende ontwikkeling. Ik kan me steeds minder aan de indruk onttrekken dat de gelovige lobby, zowel aan christelijke als aan islamitische zijde, de laatste jaren een invloedrijke machtspositie heeft ingenomen op bestuurlijk gebied. Genoeg reden om de waakzaamheid op te schroeven, lijkt me.

Written by paulineveen

juli 4, 2008 op 11:35 am

Hollereer?

without comments

Door neef Paul heb ik De Jeugd van Tegenwoordig ontdekt. Ja, ja, ik weet het: ik loop hopeloos achter. Desalniettemin: wat een heerlijk nummer, dat Hollereer! Met de koptelefoon op kan ik moeiteloos wat onderwerpjes uitwerken achter de computer. Die briljante loopjes, gekke pingeltjes, bizarre (hoewel vaak grove) teksten. Het meeste is simpelweg niet te volgen:

faberyayo
holler at ya boy boy
faberyayo
holler at ya boy
faberyayo
holler at ya boy boy

Written by paulineveen

juli 2, 2008 op 1:57 pm

Geplaatst in Uncategorized

Getagged met ,

Een lange ochtend

met één reactie

Om 6 uur gaat wekker Rinke: ‘P, ben wakker!!’ De volumeknop is volledig opengedraaid. Lichtelijk geïrriteerd draai ik me om. Ergens moet ik altijd lachen om zijn gezellige gebabbel ’s morgens, maar hij roept tegelijkertijd zo dwingend en hard dat je het gevoel hebt op 2 centimeter van een speaker te liggen. En ondanks onze tegenwerpingen (‘Rinke, we komen zo, niet zo hard roepen!’) stopt hij er pas mee als je de kamer binnen komt. Enigszins pissig storm ik dan ook de kamer binnen. Zusje is wakker geworden door Rinke’s steeds luider wordende geroep en houdt kirrend haar voetjes vast. Het is stralend weer, teletekst meldde gisterenavond laat al dat het wel tegen de 28 graden kan gaan lopen.

Bij het ontbijt krijg ik nauwelijks de kans de krant even in de blikken. Rinke gooit de thee over de sportkatern, waar ik iets over het Spaanse EK-feest wil gaan lezen. Op weg naar boven (zusje op de arm, mannetje klautert zelf naar boven) gaat het mis. Bij de vierde tree valt Rinke naar beneden en….op zijn gezicht. Even hoor ik een doffe klap en dan begint ons mannetje heel hard te huilen. Al knuffelend op de bank zie ik dat zijn lip en wang steeds meer opzwelt en na wat vreemde geluiden uit zijn keel geeft hij over. Lichtelijk in paniek besluit ik voor de zekerheid langs de huisarts te gaan.

Als ik de auto instap, spreek ik met echtgenote af dat we bellen na het bezoek aan de huisarts. ‘Bel me, ik kan terugkomen als het moet’. De weg naar de huisarts lijkt een hordeloop: overal afzettingen en gele borden die een alternatieve route aanraden. In de mediastad wordt aan de Ring gewerkt. De huisarts stelt ons gerust: geen hersenschudding. ‘Hij is helder, niet sloom of slaperig. Van de schrik kunnen kinderen gaan overgeven.’

Het is inmiddels half 9. Echtgenote heeft in haar oneindige wijsheid zoon een ijsje belooft na bezoek aan de dokter. Hij houdt er niet over op. En in beloftes ben ik heel simpel: als je ze maakt (be careful..) moet je er ook aan houden. Maar waar vindt je om half negen ’s ochtends ijsjes? Dan maar terug naar huis in de vriezer kijken. Daar vind ik nog een waterijsje dat hij dankbaar in ontvangst neemt.

Om 9.05 fiets ik eindelijk weg richting creche…in de nieuwe bakfiets die we dit weekend kochten. Niet zomaar een bakfiets, nee, een superlichte aluminium Gazelle waar het wiel aan de voorkant van de bakfiets zit. Sturen is dus wat wennen, met zo’n grotere draaicirkel. Zusje in de maxi-cosi op de bak geklemd, Rinke op het bankje. We voelen ons helemaal de blits. Maar ook een beetje bibberig. 9.05, de dag moet nog beginnen en voor mijn gevoel is het alweer tijd voor beer-o’clock.

Written by paulineveen

juli 1, 2008 op 2:51 pm

Geplaatst in Uncategorized

Getagged met , ,

Drie doldwaze oranje dagen voorbij

with 2 comments

‘Vlaggetjes!’ Het ritje van en naar de creche was de afgelopen weken een carnavaleske rit door een tijdelijk in elkaar gezet pretparkje. Overal waar je keek was de oranje caravaan langs getrokken. Mijn 2-jarige zoon kon kreten van enthousiasme niet onderdrukken bij het zien van straten met oranje vlaggetjes, oranje slingers, oranje zeilen wapperend langs de gevel en vlaggen met een trotse leeuw erop.

Hoe vaak we ook langs de vlaggetjes reden, nooit dempte zijn enthousiasme. Wat omslachtig legde ik uit dat de vlaggetjes er voor het voetbal hingen. Het was feest, want er was voetbal. De volgende ritten kreeg ook zijn vocabulaire steeds meer oranje tintjes: ‘Oooooo, vlaggetjes! Voetbal! Feest!’ Ik werd er helemaal vrolijk van.

De vrijdag van de wedstrijd Frankrijk-Nederland en ook de dinsdag toen Nederland B aantrad tegen Roemenië, hulden we hem in zijn ‘Jong Oranje’-shirt. Geheel in stijl met de crèche zo bleek bij aankomst, toen de derde wedstrijd nog moest beginnen. Ook daar gingen de drie doldwaze oranje dagen niet opgemerkt voorbij. Op de glazen wand prijkte een levensgrote oranje leeuw in de stijl van Dick Bruna’s Nijntje. Daarnaast stonden de uitslagen van de wedstrijden tot nu toe, in sierlijke letters: NED-ITALIE, 3-0, NED-FR 4-1, NED-ROEMENIE …? De leidsters hadden voor de gelegenheid een oranje t-shirt en anderen een rood-wit-blauwe blouse aangetrokken. Ouders brachten met een glimlach hun kinderen binnen (zag ik bij sommige vaders niet een grijns?). Alles ademde de belofte van een lange en gelukzalige zomer, waarin het saamhorigheidsgevoel tot mythische proporties werd opgestuwd.

Zo zweefden we in bedwelmende toestand naar de kwartfinale toe. Dat beloofde wat gezelligs, met Guus en die rare Russen. Nederland tegen Nederland-3. Steeds meer straten vulden zich met oranje parafernalia. We vraten de sportbijlages gevuld met zelfverheerlijking over onze jongens: het geniale doelpunt van Robben, de messcherpe vorm van Van Persie, de onklopbare Van der Sar. We keken geamuseerd en trots naar het uitdijende Oranje legioen, waar buitenlanders zich uit enthousiasme spontaan bij aansloten.

Op de rotonde achter ons huis werd de pas aangelegde witte middencirkel knaloranje gespoten. Wel keurig binnen de lijntjes -we blijven Hollanders- zodat het net leek of de Dienst Stadswerken eigenhandig met oranje verf langs was geweest. Cadeautje van de gemeente. Niemand die er vreemd van opkeek, want wie deed niet mee aan dit festijn? Wie droomde niet stiekem van de finale op 29 juni, waarin we al druk speculeerden tegen wie we in het Ernst Happel Stadion in Wenen aan zouden treden? Zou het een beladen wedstrijd tegen onze Oosterburen worden? Of misschien de verrassende Turken, die van geen wijken weten?

De eerste barsten in het oranje glazuur dienden zich woensdag aan, toen het nieuws van het overleden dochtertje van Khalid Boulahrouz naar buiten kwam. En zaterdag ging het vanaf het eerste fluitsignaal bergafwaarts met het nieuw hervonden nabuurschap. Een knagende, ver weg gestopte faalangst over onze voetbalprestaties op EK- en WK niveau kwam weer bovendrijven. Sterven in schoonheid -tenminste, voor zover we zaterdag maar even niet meerekenen- is vooral iets waar onze jongens goed in zijn.

Tijdens het eerste ritje deze week naar de creche legde ik mijn zoon uit waarom de vlaggetjes waren verdwenen. En met de vlaggetjes de oranje zeilen, t-shirts, slingers, grote vlaggen, opblaashamers en oranje hoeden. Het voetbal is weg, vertelde ik toen we langs de rotonde reden, waar als enige het oranje nog was blijven zitten. Een schamel aandenken alweer aan een gemist EK, dacht ik even mismoedig.
‘Voetbal weg?’
‘Ja, we hebben verloren. En nu is het voetbal weg en de vlaggetjes ook.’
‘O….da’s jammer’
Onwillekeurig moet ik lachen om zijn wijsneuzerige opmerking.
‘Ja, dat is zeker jammer.’
‘Volgende keer, zijn er dan weer vlaggetjes?’
‘Ja, de volgende keer zullen er weer vlaggetjes zijn.’
‘O…..volgende keer weer feest?’
‘Volgende keer is het weer een beetje feest, ja.’

Written by paulineveen

juli 1, 2008 op 1:01 pm

Geplaatst in Uncategorized

Getagged met , ,