Archive for juli 1st, 2008
Een lange ochtend
Om 6 uur gaat wekker Rinke: ‘P, ben wakker!!’ De volumeknop is volledig opengedraaid. Lichtelijk geïrriteerd draai ik me om. Ergens moet ik altijd lachen om zijn gezellige gebabbel ’s morgens, maar hij roept tegelijkertijd zo dwingend en hard dat je het gevoel hebt op 2 centimeter van een speaker te liggen. En ondanks onze tegenwerpingen (‘Rinke, we komen zo, niet zo hard roepen!’) stopt hij er pas mee als je de kamer binnen komt. Enigszins pissig storm ik dan ook de kamer binnen. Zusje is wakker geworden door Rinke’s steeds luider wordende geroep en houdt kirrend haar voetjes vast. Het is stralend weer, teletekst meldde gisterenavond laat al dat het wel tegen de 28 graden kan gaan lopen.
Bij het ontbijt krijg ik nauwelijks de kans de krant even in de blikken. Rinke gooit de thee over de sportkatern, waar ik iets over het Spaanse EK-feest wil gaan lezen. Op weg naar boven (zusje op de arm, mannetje klautert zelf naar boven) gaat het mis. Bij de vierde tree valt Rinke naar beneden en….op zijn gezicht. Even hoor ik een doffe klap en dan begint ons mannetje heel hard te huilen. Al knuffelend op de bank zie ik dat zijn lip en wang steeds meer opzwelt en na wat vreemde geluiden uit zijn keel geeft hij over. Lichtelijk in paniek besluit ik voor de zekerheid langs de huisarts te gaan.
Als ik de auto instap, spreek ik met echtgenote af dat we bellen na het bezoek aan de huisarts. ‘Bel me, ik kan terugkomen als het moet’. De weg naar de huisarts lijkt een hordeloop: overal afzettingen en gele borden die een alternatieve route aanraden. In de mediastad wordt aan de Ring gewerkt. De huisarts stelt ons gerust: geen hersenschudding. ‘Hij is helder, niet sloom of slaperig. Van de schrik kunnen kinderen gaan overgeven.’
Het is inmiddels half 9. Echtgenote heeft in haar oneindige wijsheid zoon een ijsje belooft na bezoek aan de dokter. Hij houdt er niet over op. En in beloftes ben ik heel simpel: als je ze maakt (be careful..) moet je er ook aan houden. Maar waar vindt je om half negen ’s ochtends ijsjes? Dan maar terug naar huis in de vriezer kijken. Daar vind ik nog een waterijsje dat hij dankbaar in ontvangst neemt.
Om 9.05 fiets ik eindelijk weg richting creche…in de nieuwe bakfiets die we dit weekend kochten. Niet zomaar een bakfiets, nee, een superlichte aluminium Gazelle waar het wiel aan de voorkant van de bakfiets zit. Sturen is dus wat wennen, met zo’n grotere draaicirkel. Zusje in de maxi-cosi op de bak geklemd, Rinke op het bankje. We voelen ons helemaal de blits. Maar ook een beetje bibberig. 9.05, de dag moet nog beginnen en voor mijn gevoel is het alweer tijd voor beer-o’clock.
Drie doldwaze oranje dagen voorbij
‘Vlaggetjes!’ Het ritje van en naar de creche was de afgelopen weken een carnavaleske rit door een tijdelijk in elkaar gezet pretparkje. Overal waar je keek was de oranje caravaan langs getrokken. Mijn 2-jarige zoon kon kreten van enthousiasme niet onderdrukken bij het zien van straten met oranje vlaggetjes,
oranje slingers, oranje zeilen wapperend langs de gevel en vlaggen met een trotse leeuw erop.
Hoe vaak we ook langs de vlaggetjes reden, nooit dempte zijn enthousiasme. Wat omslachtig legde ik uit dat de vlaggetjes er voor het voetbal hingen. Het was feest, want er was voetbal. De volgende ritten kreeg ook zijn vocabulaire steeds meer oranje tintjes: ‘Oooooo, vlaggetjes! Voetbal! Feest!’ Ik werd er helemaal vrolijk van.
De vrijdag van de wedstrijd Frankrijk-Nederland en ook de dinsdag toen Nederland B aantrad tegen Roemenië, hulden we hem in zijn ‘Jong Oranje’-shirt. Geheel in stijl met de crèche zo bleek bij aankomst, toen de derde wedstrijd nog moest beginnen. Ook daar gingen de drie doldwaze oranje dagen niet opgemerkt voorbij. Op de glazen wand prijkte een levensgrote oranje leeuw in de stijl van Dick Bruna’s Nijntje. Daarnaast stonden de uitslagen van de wedstrijden tot nu toe, in sierlijke letters: NED-ITALIE, 3-0, NED-FR 4-1, NED-ROEMENIE …? De leidsters hadden voor de gelegenheid een oranje t-shirt en anderen een rood-wit-blauwe blouse aangetrokken. Ouders brachten met een glimlach hun kinderen binnen (zag ik bij sommige vaders niet een grijns?). Alles ademde de belofte van een lange en gelukzalige zomer, waarin het saamhorigheidsgevoel tot mythische proporties werd opgestuwd.
Zo zweefden we in bedwelmende toestand naar de kwartfinale toe. Dat beloofde wat gezelligs, met Guus en die rare Russen. Nederland tegen Nederland-3. Steeds meer straten vulden zich met oranje parafernalia. We vraten de sportbijlages gevuld met zelfverheerlijking over onze jongens: het geniale doelpunt van Robben, de messcherpe vorm van Van Persie, de onklopbare Van der Sar. We keken geamuseerd en trots naar het uitdijende Oranje legioen, waar buitenlanders zich uit enthousiasme spontaan bij aansloten.
Op de rotonde achter ons huis werd de pas aangelegde witte middencirkel knaloranje gespoten. Wel keurig binnen de lijntjes -we blijven Hollanders- zodat het net leek of de Dienst Stadswerken eigenhandig met oranje verf langs was geweest. Cadeautje van de gemeente. Niemand die er vreemd van opkeek, want wie deed niet mee aan dit festijn? Wie droomde niet stiekem van de finale op 29 juni, waarin we al druk speculeerden tegen wie we in het Ernst Happel Stadion in Wenen aan zouden treden? Zou het een beladen wedstrijd tegen onze Oosterburen worden? Of misschien de verrassende Turken, die van geen wijken weten?
De eerste barsten in het oranje glazuur dienden zich woensdag aan, toen het nieuws van het overleden dochtertje van Khalid Boulahrouz naar buiten kwam. En zaterdag ging het vanaf het eerste fluitsignaal bergafwaarts met het nieuw hervonden nabuurschap. Een knagende, ver weg gestopte faalangst over onze voetbalprestaties op EK- en WK niveau kwam weer bovendrijven. Sterven in schoonheid -tenminste, voor zover we zaterdag maar even niet meerekenen- is vooral iets waar onze jongens goed in zijn.
Tijdens het eerste ritje deze week naar de creche legde ik mijn zoon uit waarom de vlaggetjes waren verdwenen. En met de vlaggetjes de oranje zeilen, t-shirts, slingers, grote vlaggen, opblaashamers en oranje hoeden. Het voetbal is weg, vertelde ik toen we langs de rotonde reden, waar als enige het oranje nog was blijven zitten. Een schamel aandenken alweer aan een gemist EK, dacht ik even mismoedig.
‘Voetbal weg?’
‘Ja, we hebben verloren. En nu is het voetbal weg en de vlaggetjes ook.’
‘O….da’s jammer’
Onwillekeurig moet ik lachen om zijn wijsneuzerige opmerking.
‘Ja, dat is zeker jammer.’
‘Volgende keer, zijn er dan weer vlaggetjes?’
‘Ja, de volgende keer zullen er weer vlaggetjes zijn.’
‘O…..volgende keer weer feest?’
‘Volgende keer is het weer een beetje feest, ja.’


